Excursieverslagen 2011

Doel: Geleenbeekdal

Datum: Woensdag 10 augustus 2011
Tijdstip: 11.00u-16.00u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: Regina Vlijm, John Adams, Guido Verschoor

Verslag

De vier excursiegangers meldden zich stipt op de parkeerplaats bij de gerestaureerde carréboerderij Biezenhof aan de rand van het Geleenbeekdal ten oosten van Geleen. De enkele jaren natuurlijk ingericht Geleenbeek mag weer vrij meanderen en heeft daardoor momenteel al de uitstraling van de bekende Geul. Op de drogere delen van de dalbodem troffen we al snel de Krasser, Ratelaar en Zuidelijk spitskopje aan. Ook de Grote groene sabelsprinkhaan was uiteraard van de partij. Langs een herstelde "afgesloten" meander werd het Gewoon spitskopje gevonden. Aardig was de aanwezigheid van een Hoornaarzweefvlieg.
Op de oostelijke helling van het dal vonden we veel nymphen van een doornsprinkhaan. Daarna gingen we nog eens goed kijken in de vochtige randen van het dal. In een brandnetelruigte dook een Struikspinkhaan op. Hier werden ook volwassen Zeggedoorntjes gezien. De grootste bijzonderheid voor deze regio was de eerste vondst van een Moerassprinkhaan, later gevolgd door meerdere exemplaren. Tijdens de tocht langs paadjes, hellingen en graslanden werd ook nog een vrij bijzondere wapenvlieg gezien: Stratiomys potamida (vrouwtje). De lijst met sprinkhaansoorten werd afgesloten door de gewone Boomsprinkhaan. Ondanks verwoede pogingen hebben we geen enkele Bramensprinkhaan gezien of gehoord, zodat het totale aantal soorten op negen bleef steken. Mede door de landschappelijk fraaie omgeving en nog enkele aardige bijvangsten (o.a. Franse veldwespen, levenbarende hagedissen, hooraarnest, diverse vlinders en libellen) was de dag toch geslaagd en sloten we hem verdiend af met drankje op het terras van Biezenhof.


Wapenzweefvlieg


De wapenzweefvlieg Stratiomys potamida (vr) (foto Guido Verschoor

Harry van Buggenum

 

Doel: Noordal

Datum: Dinsdag 2 augustus 2011
Tijdstip: 11.00u-16.00u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: geen

Verslag

Twee weken later dan gepland, vond een inventarisatie plaats van enkele kwelgraslanden van Natuurmonumenten (NM) in het dal van het bronbeekje de Noor. Mede hierdoor was de excursieleider alleen. Deze dinsdag was een van de weinige warme en zonnige dagen sinds lange tijd.
In een droge wegberm, op weg naar de grensovergang met de Voerstreek (omgeving Altembroek) zaten enkele Krassers en Zuidelijke spitskopjes. De Ratelaar was hier algemeen. Dezelfde soorten waren ook aanwezig in een droog hellinggrasland van NM. Ook de Bruine sprinkhaan en de Grote groene sabelsprinkhaan vertoefden hier. In de zich ontwikkelende gemengde hagen zaten al de Gewone boomsprinkhaan en de Bramensprinkhaan. Intussen had zich ook al de eerste Gouden sprinkhanen gemeld.
Het kwelgrasland op de zuidflank van het Noordal leverde een mooie verrassing op: een mannetje van de Moerassprinkhaan. Deze soort was in de wijde omgeving tot nu toe niet bekend. Ondanks de uitgebreide zoektocht werd echter geen enkel ander exemplaar gevonden. De toekomst zal moeten uitwijzen wat de status van deze soort hier is (of wordt). Een deel van dit grasland was niet gemaaid en bevatte duidelijk meer individuen van een viertal sprinkhaansoorten dan de rest van het perceel. De aanwezige (dotterbloem-) hooilanden hebben grotendeels een botanisch beheer (maaien en afvoeren), waardoor de meeste vochtminnende insecten, zoals de Moerassprinkhaan, minder leefgebied hebben dan in potentie aanwezig is. Of hier nog een optimalisatie mogelijk is voor meerdere beheerdoelen (flora en fauna) verdient nader onderzoek.
De rest van de dag werd de noordzijde van het dal afgespeurd. Dat leverde, behoudens een Struiksprinkhaan, geen nieuwe soorten op. Mede doordat alle gevangen doornsprinkhaantjes nymfen waren en dus als "spec." moesten worden genoteerd. Vermeldswaardig is de vondst van vele duizenden Krassers en Ratelaars in een grasland op de kop van de noordflank, waar gewoon struisgras de meest opvallende plantensoort was.

Harry van Buggenum

 

Doel: Omgeving Epen (o.a. Geuldal)

Datum: Woensdag 27 juli 2011
Tijdstip: 11.00u-16.00u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Overige deelnemers: John Adams, Linda Wortel, Guido Verschoor

Verslag

Ondanks het matige weer probeerden vijf liefhebbers de sprinkhaanfauna in de omgeving van Epen beter in beeld te krijgen. De Bramensprinkhaan was al voor de middag actief in een heg aan de rand van Epen. Er zouden nog meerdere waarnemingen van deze in Zuid-Limburg algemene soort volgen. Langs de (holle) landbouwwegen kregen we al spoedig de Krasser en de Ratelaar in het vizier (of gehoor). In een graslandje werd naast deze veldsprinkhanen ook de eerste Grote groene sabelsprinkhaan van de dag gevangen. De excursie was vooral bedoeld om enkele terreinen van Natuurmonumenten te inventariseren. Het eerste droge hellinggrasland leverde niet veel nieuwe soorten op. Alleen het Zuidelijk spitskopje kon worden toegevoegd. Op weg naar de Nutbron dook een vrouwtje van de Gouden sprinkhaan op. Het brongraslandje werd door tientallen exemplaren van deze soort bevolkt. Boven op het plateau werd een Greppelsprinkhaan met enthousiasme ontvangen. Het lijkt erop dat deze soort hier aan een opmars bezig is. Na enig klopwerk op een eikenboom kon ook de Boomsprinkhaan en een Struiksprinkhaan worden genoteerd.
Na een stevige wandeling bereikten we het dal van de Geul in de omgeving van Hurpesch. Hier werd voor het eerst het Gewone spitskopje gezien. Inmiddels bleek dat de Greppelsprinkhaan inderdaad op veel plekken kon worden waargenomen. De ‘natuurweilanden’ van het Geuldal bevatten op sommige plaatsen vele tientallen, zo niet honderden dieren. Het zal waarschijnlijk niet lang duren voordat deze soort (met het geluid van een hoogspanningskabel) een groot deel van Zuid-Limburg heeft bevolkt.

Het werd tijd om op zoek te gaan naar doornsprinkhanen. Ook dit et was succesvol en in korte tijd zaten tientallen Zeggedoorntjes in de vangnetten. Dat gold niet voor de Moerassprinkhaan, waarvan enkele jaren geleden de eerste exemplaren in deze regio werden ontdekt. Ondanks intensief speurwerk werd hij niet gevonden. Waar zou zich een populatie bevinden?

Al met al werd de geslaagde inventarisatiedag afgesloten met elf soorten sprinkhanen. Van de tientallen waargenomen Wespspinnen en de tientallen Franse veldwespen, een van de andere klimaatsoorten, kijken we al lang niet meer op. Dat zijn inmiddels normale bijvangsten op zo’n dag.

Harry van Buggenum

 

Excursieverslagen 2010

Doel: Groeve Curfs en Groeve Blom - Berg: sprinkhanen tussen de mergel.

Datum: Dinsdag 27 juli 2010
Tijdstip: 11.00u-16.00u
Excursieleiders: Harry van Buggenum & John Adams
Overige deelnemers: Willem Vergoossen, Henk Heiligers, Regina Vlijm, Olaf en Lisa op den Kamp met hun beide kinderen.

Verslag

Als gevolg van ongunstige weersomstandigheden vond deze excursie een dag later plaats dan was voorzien. Desondanks konden we negen deelnemers, waaronder twee erg juveniele exemplaren, op dinsdag 27 juli 2010 verwelkomen bij de kerk van Berg. Op het programma stonden inventarisaties van twee voormalige mergel-dagbouwgroeves in de buurt van dit dorp. Groeve Blom wordt al vele jaren door de gelijknamige eigenaar beheerd als natuurgebied voor o.a. de Geelbuikvuurpad. Al gauw bleek dat de groeve ook menige sprinkhaansoort herbergt. Drie soorten veldsprinkhanen waren dominant aanwezig: Krasser (Chorthippus parallelus), Bruine sprinkhaan (Ch. brunneus) en Ratelaar (Ch. biguttulus). Het eerste doorntje dat werd gevangen bleek een Kalkdoorntje (Tetrix tenuicornis) te zijn. Later volgden nog meer exemplaren van deze soort. Daarnaast werd de groep vertegenwoordigd door het Zeggedoorntje (T. subulata). Van de sabelsprinkhanen waren de Sikkelsprinkhaan (Phaneroptera falcata) en het Zuidelijk spitskopje (Conocephalus discolor) met vele tientallen dieren aanwezig. Ook Grote groene sabelsprinkhaan (Tettigonia viridissima) en Bramensprinkhaan (Pholidoptera griseoaptera) werden gezien. Een zingend mannetje van de Greppelsprinkhaan (Metrioptera roeselii) sloot het (voorlopige) lijstje van deze locatie op tien soorten. Bij de aanwezige poelen vlogen de volgende libellen: Steenrode heidelibel, Weidebeekjuffer, Keizerlibel, Gewone oeverlibel, Watersnuffel, Kleine roodoogjuffer, Lantaarntje, Vuurlibel, Bruine winterjuffer, Blauwe glazenmaker en Gewone pantserjuffer. Als meest bijzondere waarneming geldt die van een Zuidelijke keizerlibel. Uiteraard werden ook de nodige dagvlinders genoteerd. De middaguren  werden besteed aan groeve Curfs, die sinds kort als natuurgebied in eigendom is van de Stichting het Limburgs Landschap. De groeve kent een afwisseling van pioniersituaties, struweel en bos. Tijdens de wandeling naar de ingang werden we al verwelkomd door enkele Boswitjes, een zeldzame vlindersoort die hier vaste voet aan de grond heeft gekregen.  Ook hier zijn dezelfde veldsprinkhanen aanwezige als in de vorige groeve: Krasser, Bruine sprinkhaan en Ratelaar. Groeve Curfs herbergt echter ook een vrij grote populatie van de fraaie Blauwvleugelsprinkhaan. Ook het Kalkdoorntje en Zeggedoorntje bevolken de deels kale bodems. Het Zuidelijke spitskopje liet zich regelmatig horen en zien. Grote groene sabelsprinkhanen zijn schaars gevonden. De Sikkelsprinkhaan werd nog als nymph aangetroffen. Het slepen en kloppen in hogere kruidige vegetaties en bomen leverde ook nog enkele Struiksprinkhanen (Leptophyes punctatissima) en een Boomsprinkhaan (Meconema thalassiumum) op. In de bramen zat ook hier Bramensprinkhaan, waardoor het soortenaantal voor deze groeve uitkwam op twaalf. Ook hier werden alle waargenomen dagvlinders genoteerd, waaronder Koninginnepage en Zwartsprietdikkopje. Op een groepje bloeiende exemplaren zaten twee Spaanse vlaggen, waarvan er een dus danig verdiept was in het drinken van nectar, dat hij zich zonder enige moeite uitgebreid liet fotograferen. Een mooie afsluiting van een mooi dagje “sprinkhanen”.


Overzicht Groeve Blom



Overzicht Curfs Groeve


Spaanse vlag en Aardhommel op Koninginnekruid - Curfs groeve

Harry van Buggenum (foto Kalkdoorntje: Olaf op den Kamp)

 

Doel: Ruschergroeve en Breukberg - Schinveld: Mens-gemaakt en oude natuur

Datum: woensdag 21 juli 2010
Tijdstip: 11.00u-16.00u
Excursieleiders: Harry van Buggenum & John Adams
Overige deelnemers: Henk Heiligers, Regina en Tobias Vlijm, Thijs, Olaf op den Kamp

Verslag

Op woensdag 21 juli 2010 werd onderzoek verricht in een verlaten groeve en in een fraai natuurgebied in de buurt van het Zuid-Limburgse Schinveld. De dag begon met mooi zonnig weer. Zeven deelnemers melden zich om 11.00uur bij het vertrekpunt nabij de Ruschergroeve. Deze groeve is enkele jaren geleden door de Stichting het Limburgs Landschap deels ontdaan van houtige opslag, zodat er weer ruim plaats is voor grazige en kruidachtige vegetaties. Deze worden afgewisseld door jonge opslag, struweel en bosjes. Open water is aanwezig in de vorm van een plas en het smalle Ruischerbeekje. Langs dit beekje werden maar liefst drie soorten oeverlibellen gezien: de Gewone oeverlibel (Orthetrum cancellatum), de Beekoeverlibel (Orthetrum coerulescens) en de Zuidelijke oeverlibel (Orthetrum brunneum). Een tandem van deze laatste soort was druk bezig met paring en eiafzet. Daarnaast werden die dag enkele andere, algemene libellen gesignaleerd. Vlinders vlogen er volop, waaronder Oranje zandoogjes, Geelsprietdikkopjes en een Eikenpage. Op het gebied van de sprinkhanen zijn aangetroffen: de Krasser (Chorthippus parallelus) (talrijk), de Bruine sprinkhaan (Ch. brunneus) (enkele tientallen dieren), de Ratelaar (Ch. biguttulus (talrijk), het Zeggedoorntje (Tetrix subulata), het Zuidelijk spitskopje (Conocephalus discolor) en het Gewoon spitskopje (C. dorsalis), een Grote groene sabelsprinkhaan (Tettigonia viridissima), een Boomsprinkhaan (Meconema thalassimum) en meer dan tien nymphen van de Sikkelsprinkhaan (Phaneroptera falcata). Deze werden overigens aanvankelijk voor struiksprinkhanen aangezien, maar een nauwkeuriger bestuderen van o.a. de kleine vleugels maakte duidelijk met welke soort we te maken hadden. Rond half drie zetten we koers naar het nabijgelegen terrein De Breukberg. Het begon inmiddels licht te regenen, maar ondanks dat konden we in een klein hoekje van de kwetsbare hellingveenvegetaties de volgende soorten waarnemen: Heidesabelspinkhaan (Metrioptera brachyptera), Krasser, Ratelaar en de in deze regio meer bijzondere Zompsprinkhaan (Ch. montanus), het Negertje (Omocestus ventralis) en de Moerassprinkhaan (Mecostettus grossus). Het gebied wordt goed beheerd, o.a. voor de Zompsprinkhaan (zie het soortenbeschemingsplan dat te vinden is op de site van het IKL). Na een ruim drie kwartier had de regen de meeste sprinkhanen dieper de vegetatie ingedrongen. Op de terugweg vonden we wel nog twee volwassen Sikkelsprinkhanen en een mannetje van de Struiksprinkhaan (Leptophyes punctatissima), maar gezien de natuurlijke biotopen zullen vast en zeker nog enkele andere soorten de Breukberg bevolken. Al met al werd duidelijk dat dit deel van Zuid-Limburg een fraaie sprinkhaanfauna kent. Het is zeker de moeite waard om in deze regio meer onderzoek te doen.


Overzicht Ruschergroeve

Overzicht Breukberg

Heidesabelsprinkhaan - vrouwtrje in laatste nymf stadium


Harry van Buggenum

 

Excursieverslagen 2009

Doel: Stalberg en Landgoed de Hamert - Wellerlooi

Datum: zaterdag 15 augustus 2009
Tijdstip: 11.00u-16.00u
Excursieleider: Henk Heijligers
Deelnemers: Henk Alards, Sjaak Gubbels, Henk Heijligers, Twan Martens, Jack Theelen en Lo Troisfontaine


Verslag

Wat een stralende dag, beter sprinkhanenweer hadden we niet kunnen bestellen. Ruim 25˚C. Een warm welkom en in totaal zes deelnemers, en dat terwijl in Zuid-Limburg nog een sprinkhanenexcursie is georganiseerd! Een unicum voor de sprinkhanenstudiegroep?
De gehele ochtend en het begin van de middag wordt doorgebracht op de ongeveer 1500 m lengte langs de Maasoever van de Stalberg. De Stalberg is een zogenaamd stroomdalgrasland, aan bloeiende plantensoorten zagen wij onder andere rode ogentroost, bosandoorn, wilde bertram, heelblaadjes, gewone agrimonie, zeepkruid, bont kroonkruid en duizend guldenkruid. Opvallende verschijning waren ook de griekse alanten die volop in bloei stonden.



De eerste sprinkhanenvondst was meteen al een leuke, weliswaar algemeen, maar wordt tijdens de excursies zeker niet vaak aangetroffen; de boomsprinkhaan. Telefonisch werden we op de hoogte gesteld van overvliegende zwarte ooievaars, die we, weliswaar ver weg, toch redelijk in beeld kregen.
Al snel volgden in de ruige grazige begroeiing soorten als bruine sprinkhaan, krasser, zuidelijk spitskopje en de ratelaar. Met wat zoekwerk wordt ook de gouden sprinkhaan en de greppelsprinkaan op meerdere plekken gehoord en gezien.
Het gewoon spitskopje werd uit de vegetatie geplukt door Jack Theelen, hij was later ook verantwoordelijk voor de vondst van een negertje. Boskrekels hoorden we later op de dag uit het bos roepen, een juveniel exemplaar van de veldkrekel wordt ook gevangen. Het betreft de enige locatie in Nederland waar in de rivieruiterwaarden deze soort voorkomt. Later in dag, in de wat ruigere begroeiing hoorden we enkele grote groene sabelsprinkhanen.



De geluiden worden regelmatig nageluisterd. Lo Troisfontaine heeft de geluidsbestanden beschikbaar op zijn telefoon. Ook een idee om in het veld meteen iets op te nemen!
Weliswaar worden op wat schrale terreindelen nog enkele doorntjes gevonden, ze zijn echter nog niet volwassen en dus niet determineerbaar (bekend uit het gebied is het gewoon doorntje). De bramensprinkhaan maakt de lijst compleet voor die dag van de Stalberg, in totaal 13 soorten. Vergelijking met het rapport van Maas in Beeld (B. Peters, G. Kurstjens en P. Calle, 2008), kunnen we toch drie nieuwe soorten bijschrijven op de lijst; boomsprinkhaan, ratelaar en negertje.

Naast groene kikker werd een juveniele Hazelworm gevonden onder wat dood hout, maar het meest opvallend van deze diergroep was toch wel het volwassen exemplaar van de Heikikker. Een soort die onbekend was voor de Stalberg, ongetwijfeld afkomstig van Landgoed de Hamert. Libellen worden opvallend weinig waargenomen, wel een mooi hangend exemplaar van de Paardebijter in de bosrand. Een leuke waarneming is de grote goudhaan, landelijk zeldzaam, maar langs de Maas op diverse plekken te vinden. Insecten zijn overigens bijzonder talrijk in de Stalberg, hierbij het lijstje van aangetroffen 12 soorten dagvlinders: icarusblauwtje, distelvinder, oranje zandoogje, groot koolwitje, klein koolwitje, bruin zandoogje, bont zandoogje, citroenvlinder, klein geaderd witje, atalanta, gehakkelde aurelia en de oranje luzernevlinder (op de Hamert wordt ook nog kleine vuurvlinder en hooibeestje gezien). Opvallend was ook het aantreffen van de dagactieve nachtvlinder van de Sint Jansvlinder en uitgebreide uitleg kregen we van Lo over de gedeukte gouden tor.
De latere namiddag wordt teruggewandeld over het Landgoed de Hamert. Hier treffen we nog een aantal blauwvleugelsprinkhanen en natuurlijk overal knopstprietjes aan.

Verslag: Henk Heijligers

Doel: Station Miljoenenlijntje en Klingeleberg - Simpelveld
Datum: zaterdag 15 augustus 2009
Tijdstip: 11.00u-16.00u
Excursieleiders: Harry van Buggenum & Pierre Thomas
Deelnemers: John Adams, Leo Dormans, Feodor van Heur en Frank van Hoogstraten

Verslag

Het eerste gedeelte van deze zonovergoten zaterdag werd besteed aan het rangeerterrein van het Miljoenenlijntje op station Simpelveld (ZLSM). Het grootste deel van de biotoop bestaat uit een bloemrijke, hoog opgaande vegetatie van onder andere allerlei grassen, Boerenwormkuid, Gewone berenklauw, Wilde peen en typische of bijzonderheden soorten als Gele kamille, Rozetsteenkers, Kleine bergsteentijm, Rapunzelklokjes, Slangenkruid en uitbundig groeiende Brandpastinaak. Lokaal komt Brem, opslag van Ruwe berk en braamstuweel voor. Tussen de rails is uiteraard weinig of geen begroeiing, evenals op de aangrenzende parkeerplaats. Deze is aangelegd met een bestrating van kinderkopjes. De sprinkhaanfauna sluit aan op deze omstandigheden. Overal komen Ratelaar en Krasser voor. In de hogere vegetaties zitten Sikkelsprinkhanen en Zuidelijke spitskopjes. Ook is een Struiksprinkhaan en een Boomsprinkhaan gevonden, evenals een enkele Grote groene sabelsprinkhaan. De Bramensprinkhaan liet zich vooral horen vanuit de braamstruweeltjes met Bosrank. Een volwassen vrouwtje van het Kalkdoorntje was aanwezig aan de rand van de parkeerplaats. Op het rangeerterrein zelf werden helaas alleen nimfen van doornsprinkhanen gevangen, zodat niet bekend is of nog andere soorten doorntjes aanwezig zijn.

De namiddag is besteed aan een (in ontwikkeling zijnd) klein kalkgraslandje, de Klingeleberg, van de stichting het Limburgs Landschap. De vegetatiemat is overal hoogopgaand en vrij dicht. De soortenrijkdom aan planten is echter groot en kenmerkend voor deze omstandigheden. Voor meer informatie wordt verwezen naar Willems (2007) in het Natuurhistorisch Maandblad 96 (3): 93-95. Mogelijk zijn door het ontbreken van kortgrazige tot open plekjes geen kalkgraslandsprinkhanen aanwezig. We hebben ze in ieder geval niet gevonden. De talrijkste soort is de Ratelaar, gevolgd door de Krasser. De ruigere vegetatie blijkt uitermate geschikt voor Zuidelijke spitskopjes en Sikkelsprinkhanen, die met vele tientallen tot wel honderd exemplaren aanwezig zijn. Ook de Grote groene sabelsprinkhaan is op meerdere plaatsen aanwezig. De altijd lastig te vinden Struiksprinkhaan en Bramensprinkhanen ontbreken niet. Een mooie vondst is die van de Gouden sprinkhaan, die een redelijk grote populatie heeft. Met weinig moeite konden ruim tien vrouwtjes en enkele mannetjes worden gevonden. Het terrein heeft bij uitbreiding van kortgrazige tot kale habitats potenties voor veel meer soorten.




Klingeleberg

Harry van Buggenum

Doel: Stevol –gebied Stevensweert
Datum: woensdag 4 augustus 2009
Tijdstip: 11.00u-16.00u
Excursieleiders: Frank van Hoogstraten & Harry van Buggenum
Deelnemers: John Adams en Leo Dormans

Verslag

Het Stevol-gebied bestaat uit een voormalige grindplas, die de afgelopen jaren in verschillende fasen is omgevormd tot een natuurontwikkelingsgebied. De oeverzone bestaat uit gradiënten met verschillende abiotische omstandigheden, van nat naar droog en van puur grind tot lemige bodems. Omdat de vegetatie van de oevers verschillende leeftijden heeft, vinden we naast echte pioniervegetaties, met veel eenjarige kruiden, ook al graslandjes, ruigtes en jonge zachthoutooibosjes. Het gebied is vrij toegankelijk en voorzien van wandelpaden, uitkijkterpen en bruggetjes. De Vereniging Natuurmonumenten heeft het hele gebied van ruim 300 ha in eigendom.   
Tijdens de excursie is alleen de noordwestzijde onderzocht, vanaf de Hompensche Molen tot aan het zogenaamde keienbruggetje over de Oude Maas, een afstand van ongeveer 1 km. De weersomstandigheden waren voor sprinkhaanonderzoek perfect: weinig wind, zonnig en warm. Voor de excursiegangers op een gegeven moment té warm, want het kwik liep op tot boven de 30 graden Celcius. Op de open plekjes en in de graslanden zijn veel Krassers en Ratelaars aangetroffen. De Bruine sprinkhaan is daarentegen minder algemeen. Ook het Zuidelijk spitskopje liet zich vrijwel overal zien of horen. Het aandeel vochtige biotopen is gering en beperkt tot de nabijheid van de grote plas, enkele terreindepressies en poelranden. Op dergelijke locaties vonden we het Gewoon spitskopje, vooral in de pitrusvegetaties. Ook de Kustsprinkhaan werd op enkele vochtige grazige plekjes aangetroffen, hoewel het aantal dieren telkens gering was. Op dergelijke locaties zijn in ieder geval tot vorig jaar nog enkele Moerassprinkhanen gezien, maar deze soort is tijdens de excursie niet waargenomen. Een probleem vormt de voortgaande successie, want opslag van wilg bedreigt juist de natte habitats. Extensieve begrazing kan dit niet tegengaan, dus handmatig maaibeheer van de weinige natte, verspreid liggende graslandjes is noodzakelijk om beide laatstgenoemde soorten te behouden. e verruiging van het terrein werkt zonder meer in het voordeel van de Greppelsprinkhaan. Deze bleek op meerdere plaatsen aanwezig te zijn. Ook vlogen enkele Sikkelsprinkhanen weg uit ruigtkruiden. Met behulp van het slepen van het vangnet over de grond zijn twee soorten doorntjes gevangen, te weten het Zeggedoorntje (meerdere locaties) en twee Zanddoorntjes (op slechts een locatie). De Blauwvleugelsprinkhaan is bekend van grindbanken in het zuidelijk deel van het terrein en werd deze dag aan de noordwestzijde niet gevonden. Opvallend genoeg zijn ook geen Grote groene sabelsprinkhanen en Struiksprinkhanen gevonden. Met in totaal tien soorten heeft de excursie desondanks geen slechte oogst opgeleverd, temeer de meeste soorten in drie verschillende kilometerhokken zaten. Van de overige aangetroffen insecten zijn vermeldenswaard: Gele en Oranje luzernevlinder, Koninginnepage (adulten en rups) en Franse veldwespen. Er vlogen slechts weinig libellen. Alleen de Bloedrode heidelibel liet zich regelmatig zien. 

Stevol-gebied



Harry van Buggenum

Doel: Korbusch – Susteren
Datum: donderdag 30 juli 2009
Tijdstip: 13.00uur-16.00u
Excursieleider: Harry van Buggenum (tevens enige deelnemer)

Verslag

Alhoewel er een vrij sterke wind staat, lijkt het deze middag met een temperatuur van ongeveer 20 graden redelijk goed weer om sprinkhanen te inventariseren. Het is mij al snel duidelijk dat een door-de-weekse-dag in de vakantie weinig mensen naar de taille van Limburg lokt. Het aantal deelnemers blijft dan ook beperkt tot mijzelf. Ik wandel in een rustig tempo langs de oevers van de enkele jaren geleden natuurvriendelijk ingerichte Vloedgraaf, in het traject tussen de RWZI-Baakhoven en de randweg rond Susteren. Het beekdal heeft zich ontwikkeld tot een structuurrijk gebied met een afwisseling van grazige en ruigte vegetaties. De eerste struweeltjes en opslag van bomen zijn ook al zichtbaar. Vijftien boerenrunderen zorgen door middel van seizoensbegrazing voor de gevarieerde structuur. Het overstromingsgebied wordt ingeperkt door de aanwezigheid van dijkjes met korte vegetaties. Hierop tjirpen Krasser en Ratelaar. Uit de wat ruigere terreindelen hoor ik Zuidelijke spitskopjes, maar hun geluid wordt telkens overstemd door het aaneensluitende zoemen van de Greppelsprinkhaan. Af en toe springt een Grote groene sabelsprinkhaan uit de dekking. In een ruderaal weitje vliegt plotseling een mannelijke Sikkelsprinkhaan op. Meer sprinkhaansoorten vind ik helaas niet. De middag wordt echter wel nog opgefleurd door meer dan 70 soorten kruiden en zeven soorten dagvlinders, waaronder een 100-tal, veelal kakelverse Distelvlinders en drie mooie mannetjes van de Oranje luzernevlinder.

Vloedgraaf

Korbusch

Harry van Buggenum

Excursieverslagen 2008

Doel: St. Pietersberg Maastricht- (kalkgraslanden- en ruigtkruiden soorten - Speciale aandacht voor "kalksoorten")
Datum: zaterdag 2 augustus 2008
Tijdstip: 10.00uur-16.00u
Excursieleider: Hendrik Erckenbosch
Deelnemers: W. van der Coelen, J. Adams, H. Erckenbosch, H. van Buggenum, Luc Stroman, Henk Heijligers

Verslag

Het deelnemersaantal lag 50% hoger dan de vorige keer, maar met een behoorlijke zuidwesten wind en halfbewolkt weer bleek het wederom geen optimale sprinkhanendag. Gelukkig liet de zon zich af en toe van de goede kant zien, en in de loop van de dag steeg het aantal gevonden soorten gestaag.
In de tuin van het CNME en langs de Jeker waren al op deze ochtend de ratelaar en de krasser actief. Ook het zuidelijk spitskopje en de grote groene sabelsprinkhaan lieten al van zich horen. Op weg naar de Pietersberg tjirpten langs een bosrand de eerste bramensprinkhanen en een bruine sprinkhaan. Met een sleepnet kon een eerste mannetje van de struiksprinkhaan worden aangetoond. Naast het “gebruikelijke” spectrum aan dagvlinders werden hier ook enkele libellen en de franse veldwesp aangetroffen.

In een verlaten kleine mergelgroeve (Du Chateau) was de hoop gevestigd op de eerste kalkgraslandsoorten. De biotoop leek in ieder geval perfect. Helaas werden alleen de al gevonden soorten gezien, aangevuld met twee andere soorten, de sikkelsprinkhaan en de gouden sprinkhaan. De vlinderliefhebbers ontdekten een boswitje, een soort die later op de dag meer werd gezien. Op weg naar het Poppelmondedal werd een afwijkende veldwesp gevonden: donker sprieten, geen gele vlek op de wangen en een richeltje op het mesopleuron: de bergveldwesp, nog steeds een bijzonder soort voor Nederland. In het Poppelmondedal hield een groen gekleurde veldsprinkhaan ons enige tijd bezig. Determineren met een loepje viel tegen en later bleek uit de gemaakte foto’s dat het een groene vorm van de bruine sprinkhaan was. Dergelijke kleurvarianten worden ook beschreven in de Nederlandse sprinkhaanatlas. Het dal leverde geen nieuwe soorten op. Luc ontdekte later dat we mogelijk wel een zeldzame nachtvlinder hadden gevonden: de late bremspanner Scotopteryx luridata.
In de ENCI-wei, ons laatste excursiepunt, werd ongeveer hetzelfde soortenscala gevonden als voorheen. Ook konden hier enkele hazelwormen worden bewonderd. Op de terugweg naar het CNME werden we verrast door twee spaanse vlaggen. Een fraaie dagactieve nachtvlinder, die wordt beschermd door de Europese Habitatrichtlijn en waarvoor de Sint Pietersberg onder andere is aangewezen als Natura 2000-gebied.
Ondanks het feit dat er “maar” negen sprinkhaansoorten zijn gevonden hebben we, mede door de bijvangsten, een geslaagde excursie gehad in dit bijzondere stukje Limburg. Maar ook nulwaarnemingen aan echte kalkgraslandsoorten zijn van belang. De Sint Pietersberg wacht wat dat betreft nog een mooie uitdaging.

Harry van Buggenum


Doel: Centraal Plateau ("witte hokken" excursie grubben, holle wegen en regenwaterbuffers)
Datum: woensdag 23 juli 2008
Tijdstip: 10.00uur-16.00u
Excursieleider: Harry van Buggenum
Deelnemers: W. van der Coelen, J. Adams, H. Erckenbosch, H. van Buggenum

Verslag

Om 10.00u verzamelden zich vier sprinkhaanliefhebbers bij de kerk van Schimmert voor een witte-hokken excursie op het Centraal Plateau in Zuid-Limburg. Van deze omgeving zijn in het archief van het NHG geen sprinkhaangegevens aanwezig. Buiten het dorp leek het al snel duidelijk te worden dat de aanwezigheid van uitgestrekte akkerbouwpercelen bepaald niet aantrekkelijk zou worden voor het inventariseren van onze diergroep. Daarbij waren de weersomstandigheden ook niet ideaal. We hebben een groot deel van de dag onder een bewolkte hemel moeten doorbrengen. Af en toe brak de zon door.
De zoektocht voerde langs diverse veldwegen, met veel te smalle bermen en enkele holle wegen. Beide biotopen leverden op enkele locaties die volgende soorten op: krasser, struiksprinkhaan en bramensprinkhaan. Op een enkele plaats zijn wat bredere grasbanen aanwezig, die dienst doen als geleidingsbaan voor water bij hevige regenval en die uiteindelijk uitmonden in een regenwaterbuffer. Dit systeem moet erosie en wateroverlast in het Zuid-Limburgse heuvellandschap enigszins in toom houden. Hier zijn naast de al vermelde soorten aangetroffen: het zuidelijk spitskopje en de gouden sprinkhaan. Na de middag is een kalkgrasland en een nat hooiland in het dal van de Platsbeek bezocht. Hoewel de biotoop er zeer aantrekkelijk uitziet, zijn behalve een gewoon spitskopje hier geen nieuwe soorten gevonden. Wellicht de moeite waard om bij optimale omstandigheden nog eens na te lopen. Naast sprinkhanen zijn ook nog diverse soorten libellen, vlinders, franse veldwesp en een alpenwatersalamander gezien.
Ondanks het geringe aantal soorten zijn wel vier tot vijf kilometerhokken voor een aantal soorten “zwart” gemaakt. Het Centraal Plateau blijft in meerdere opzichten een uitdaging voor onderzoek. De groep van bruine sprinkhanen en doorntjes moeten hier toch ook zitten?

Harry van Buggenum

Excursieverslagen 2007

Doel: Heumense Schans – Molenhoek (op zoek naar de Zadelsprinkhaan en Steppesprinkhaan)
Datum: zondag 9 september
Tijdstip: 10.00uur-16.00u
Excursieleider: Roy Kleukers

Verslag

Afgelopen zondag 9 september vond een sprinkhanenexcursie plaats te Heumensoord. Met een klein clubje (Mark Grutters, René en Daan Krekels, Jeroen Gense en Roy Kleukers) werd gezocht naar de zadelsprinkhaan en steppesprinkhaan. Dit was de eerste excursie van de Limburgse sprinkhanenwerkgroep die zich grotendeels buiten Limburg afspeelde. Eerst bezochten we, onder zware bewolking, de populatie van de zadelsprinkhaan op de Mulderskop. Toch waren er diverse zadelsprinkhanen te horen en met wat moeite ook te bekijken. Vervolgens zijn we naar het Limburgse deel van het gebied gelopen om te kijken of de soort nog in Limburg voorkomt. Hier vonden we twee mannetjes, precies op de grens. Een twijfelgeval dus. Onze zoektocht naar de steppesprinkhaan op het emplacement van Molenhoek leverde helaas niets op. We kunnen dus nog geen recente populaties voor Limburg bijschrijven. De vondsten van sikkelsprinkhaan, blauwvleugel en boskrekel droegen verder bij aan een geslaagde excursie.





Roy Kleukers en Jeroen Gense

Doel: Omgeving Heuloërbroek (witte hokken)
Datum: 11 augustus 2007
Tijdstip: 10.00uur-16.00u
Excursieleider: Henk Heiligers

Verslag

Op zaterdag 11 augustus verzamelde zich welgeteld twee personen (Jan Boeren en Henk Heijligers) voor een sprinkhanenexcursie in het Heuloërbroek (en omgeving). Het gebied tussen het Heuloërbroek en het dorp Bergen is tijdens de excursie bezocht. In totaal werden uit 9 kilometerhokken waarnemingen verzameld. In het Heuloërbroek, een kleinschalig landschap met (vochtige) hooilanden, afgewisseld met kleine bosjes, werden algemene soorten aangetroffen als Krasser, Bramensprinkhaan, Boomsprinkhaan, Bruine sprinkhaan, Grote groene sabelsprinkhaan, Zuidelijk spitskopje en het Gewoon spitskopje. Het gebied tussen Aijen en Bergen kenmerkt zich door grote openheid met over het algemeen agrarische graslanden. Ook hier de al genoemde algemene sprinkhanensoorten, maar daarnaast ook Kustsprinkhaan en Struiksprinkhaan. Naast de sprinkhanen werden ook waarnemingen verzameld van dagvlinders (Klein koolwitje, Bont zandoogje, Atalanta, Landkaartje, Oranje zandoog en Gehakkeld aurelia), libellen (Lantaarntje, Watersnuffel, Azuurwaterjuffer, Bloedrode heidelibel, Steenrode heidelibel, Bruinrode heidelibel en Paardenbijter) zoogdieren (dassenprenten) en amfibieën genoteerd.
excursie Heuloerbroek

 













Henk Heijligers